Mogelijkheden door maatregelen

Van oermoeras tot seizoensvolgend peilbeheer

De projectorganisatie TMIJ ziet mogelijkheden voor een toekomstbestendig ecologisch systeem waarmee mogelijk ruimte voor stedelijke dynamiek is.

Bedoeld wordt een systeem dat in kwaliteit vooruit gaat, dat meer robuust is ten aanzien van natuurlijke elementen als stormen, dat meer natuurdiversiteit laat zien en zijn rol voor het woon- en vestigingsklimaat in de Randstad met verve kan blijven vervullen.

Op ecologisch gebied zijn vier typen maatregelen gewenst die gecombineerd dienen te worden. Een betere beheersing van het slib is nodig om de leefsituatie van het open water voldoende te laten functioneren en om de ontbrekende biotopen toe te voegen zijn buitendijkse natuurontwikkeling en verbindingen met binnendijkse natuur en natuurontwikkeling nodig.

De problematiek in het kort, met daarna de voorgestelde maatregel. Van de bodem loskomend slib maakt het water troebel. Dat heeft negatieve gevolgen voor de mosselen en de waterplanten, en dus ook voor de vogels die daarvan leven. Eén winter (‘92/’93) leidde tot een enorme afname van het aantal mosselen. Dat bracht een keten van vervolgeffecten op gang. Veel vogels leven van waterplanten. Die waterplanten hebben helder water nodig, zonder veel rondstromend slib.

De maatregelen: helder water langs de westkust (de Gouwzee) en slibgradiënt, d.w.z. een geleidelijke overgang van helder naar troebel water, richting Flevoland in het diepe gedeelte van het MIJ. Verder wordt gedacht aan het creëren van golfluwte. Daardoor kunnen gebieden ontstaan waar slib niet meer opwervelt en niet meer wordt aangevoerd.

Natuurlijk ingerichte oeverzones bieden dieren rust, beschutting en voeding. Maar de oevers van het Markermeer en IJmeer zijn abrupt en van steen. Vissen vinden de noodzakelijke schuilplaatsen en koelte in een geleidelijke overgang van helder naar troebel water. Een seizoensvolgend waterpeil zorgt voor een moerasgebied dat zichzelf voortdurend verjongt en verandert. In de huidige situatie is het waterpeil inde zomer hoger dan in de winter (NAP-20 cm en NAP-40 cm). Bij seizoensvolgend peilverloop wordt het peil in het voorjaar hoger, waarna het in de zomer door verdamping en zoetwatervoorziening voor het omliggende gebied lager wordt dan het zomerpeil in de huidige situatie. Door dit waterregime ontstaat: meer (voldoende) zoetwatervoorraad, extra dynamiek voor natuur, terwijl de veiligheid gewaarborgd blijft. In tegenstelling tot natuurlijk peilverloop is het waterpeil namelijk laag in de perioden met hevige neerslag en stormen.

De maatregel: overgangszones tussen land en water, ondersteund door een seizoensvolgend peilbeheer. Gedacht wordt aan de aanleg van een ‘oermoeras’ van zo’n 6.000 ha aan de Houtribdijk en van een vooroever voor de Flevolandse kust, ter hoogte van de Lepelaarplassen.

De dijken veroorzaken een harde scheiding tussen de binnendijkse en de buitendijkse natuur. De uitwisseling is op dit moment te gering. Een gevarieerd en dynamisch moerasgebied trekt nieuwe diersoorten aan. Het biedt bovendien een grotere verscheidenheid aan leefgebieden voor de vogels en vissen die nu al in het Markermeer en IJmeer leven.

De maatregel: een netwerk van binnen- en buitendijkse natuur. De natuur komt het beste tot zijn recht als deze aansluit bij de Natte As tussen het Lauwersmeer en de Zeeuwse Delta.

Waterpeil

Hoewel het lang de bedoeling is geweest om het Markermeer in te polderen, is het grote open water uitgegroeid tot een essentiële schakel in het regionale waterbeheer. Hevigere buien, langere perioden van droogte, hogere temperaturen en meer stormen maken het huidige watersysteem op termijn onhoudbaar. Er komt meer water op het IJsselmeergebied af. Tegelijk neemt de behoefte aan zoetwater toe. Maar het water komt in de winter en is nodig in de zomer.

Het Rijk spreekt in het Nationaal Waterplan de voorkeur uit om het peil in het Markermeer en IJmeer niet verder te laten stijgen wanneer het waterpeil in het IJsselmeer wel hoger wordt. Dit sluit aan bij de voorkeur van het Samenwerkingsverband TMIJ. Dat betekent namelijk een beperkte investering in dijken, voelt betrouwbaarder dan pompen, geeft voldoende zoetwateropslag, past bij het ecologische systeem en reduceert de investeringskosten in stad en recreatie. Verder is de instelling van een seizoensvolgend peil voldoende om tenminste tot 2050 te voorzien in de groeiende behoefte aan zoetwater. Samenvattend betekent het dat het Markermeer IJmeer wordt ontwikkeld als slibrijk zoetwatermeer met als belangrijkste elementen: genoemd oermoeras bij de Houtribdijk, de vooroever bij de Lepelaarplassen, investeringen in binnendijkse natuur in Noord-Holland en Flevoland, een luw waterplantrijk gebied voor de kust van Noord-Holland en sturing van het slib. Het seizoensgebonden peilbeheer is verder goed voor de natuurontwikkeling en een extra zoetwatervoorraad.

Wel moet snel duidelijkheid komen over een eventueel hoger peil in het Markermeer en IJmeer. Dat is nodig om op korte termijn verantwoord te kunnen investeren in ecologie, recreatie en verstedelijking. De verschillen in waterpeil hebben veel gevolgen voor de uitvoeringsmogelijkheden van de eerder genoemde maatregelen die een beter ecologisch perspectief moeten bieden.

Een korte toelichting op deze maatregelen vindt u in deze factsheets:

  • Laatst gewijzigd op 10 June 2011
  • Pagina wijzigen
    Klik op deze link om de pagina te wijzigen.
  • Openbaar
    Pagina status
    De status van de pagina kan openbaar of afgeschermd zijn. Dit is instelbaar in de beheeromgeving.